De gamejournalist - een debat over vorm en valse naamgeving

Artikel door Rogier Kahlmann, geplaatst op 10-12-2009

Woensdagavond 10 november - David durft zich met trots een gamejournalist te noemen en stoort zich aan de onzekerheid waar "collega's" aan lijden die zich niet zo durven noemen. 'Alsof het iets is waarvoor je je zou moeten schamen. Ik durf het te zeggen ja, ik ben een gamejournalist!'

Dit zegt David Nieborg, gamejournalist en docent aan de UvA tijdens het eerste debat over gamejournalisme, georganiseerd door Basher en Xi. David is op een missie, dat blijkt uit zijn vlammende betoog. 'De gamejournalistiek ontvangt zowel zijn geld als informatie van de gamesindustrie. Gamejournalisme in zijn huidige vorm fungeert als een doorgeefluik van de industrie en mist daardoor onafhankelijkheid.' Hij pleit voor meer gedegen onzerzoek, beter de feiten checken en betere achtergrondartikelen. Hij slingert zijn betoog de zaal in, een zaal waarin zich de tientallen schuldigen bevinden; veelal redacteuren van enkele van de 150 Nederlandse gamesites die dagelijks nieuws kopiëren uit het buitenland.

Het enige antwoord, het enige verweer, dat gegeven wordt komt in de vorm van een wedervraag. Is er überhaupt behoefte aan doorwrochte, intelligente stukken? Jolige nieuwsberichten lijken meer bezoekers te genereren dan lijvige artikelen, dus wie zegt dat iemand anders dan Nieborg zit te wachten op kwalitatief hoogstaande gamejournalistiek? Een valide vraag, maar bovenal een drogreden die opgeworpen wordt om de ware achtergrond van het gebrek aan goed schrijfwerk te verklaren: we kunnen het gewoonweg niet.

Nederlandse gamesites bestaan uit autodidacten die zichzelf ooit, toen ze jong waren, aansloten bij een gamesite. We schreven ervoor al waren er geen serieuze richtlijnen en geen sollicitatieprocedures. We kregen gratis spelletjes als we een paar nieuwsberichten posten, nieuwsberichten die traffic genereerden en zo een community op moesten bouwen. Ons lelijke werk werd het net op geslingerd zonder serieuze eind- en hoofdredactie en zo hebben we autoriteit verworven, ofwel 'Game Kapitaal' zoals Nieborg het noemt, 'de kennis over games waaraan onze autoriteit zijn bestaansrecht ontleent'. Maar dit blijkt maar een schijnkapitaal te zijn, kapitaal verworven met monopolygeld.

Een gamesite opbouwen vergt geen enkele moeite. Iedereen kan het en met een beetje aanpoten heb je makkelijk een aantal duizenden bezoekers per maand. Geen vaste, maar doorgelinkte bezoekers vanaf sites zoals Headliner.nl. Met die bezoekers kun je best een game hier en daar lospeuteren van uitgevers en zo kun je tienerjongens met te weinig zakgeld een worst voorhouden: 'schrijf 20 nieuwsberichten en je krijgt dit spel.' En zo kopiëer je nog meer nieuws, krijg je nog meer bezoekers, nog meer spellen, een perstripje, en voordat je het weet kan je dankzij je eigen website naar de E3. Je bent groot, maar nog steeds ben je niets. Je kan niet schrijven, je kan geen research plegen, geen feiten checken en geen vlammende recensie schrijven. En toch ben je succesvol. De overlevingskans van een gamesite is niet afhankelijk van wie de beste inhoud heeft, wie het mooiste schrijft, maar van de bereidwilligheid om kwantiteit boven kwaliteit te plaatsen.

Uitgevers, hun veronderstelde invloed, en onze onkunde lijken niet de enige vijanden te zijn; tijd is misschien nog wel de grootse. In de race van sites en bladen om als eerste een recensie online of in print gepubliceerd te krijgen, wordt door spellen gehaast gespeeld. Nieborg zegt treffend waarom hijzelf liever geen recensies schrijft. 'Als ik bijvoorbeeld Modern Warfare 2 zou moeten recenseren vind ik dat ik het op zijn minst twee keer uit moet spelen, misschien zelfs nog een keer op hard om echt alles van dat spel te begrijpen, daar heb ik simpelweg de tijd niet voor.' Het verlangen van de bezoeker om zo snel mogelijk geïnformeerd te worden gaat ten koste van het op waarde schatten, en zo verkeren recensenten in een haast onmogelijke houdgreep.

Jan Meijroos, Gameking en freelance journalist voor onder andere de Power Unlimited, vertelt dat hij in een weekend Bioshock 2 moet uitspelen om de deadline te halen voor de PU van februari. Niemand durft op de man af te vragen of Jan denkt dat hij het spel daadwerkelijk uit gaat spelen voordat hij zijn recensie schrijft, en niemand durft te vragen hoeveel games hij niet uitgespeeld maar wel gerecenseerd en becijferd heeft. Nieborg stelt de vraag maar half: 'Jan, je moet me toch nog eens een keer uitleggen waar je de tijd vandaan haalt', zegt hij, maar Jan lacht de opmerking weg en de discussie gaat verder, snel over op iets anders. Het levert kort een ongemakkelijk moment op voor de hele zaal. Iedereen weet immers hoe de vork in de steel zit: de recensie, ons levensbloed, is net als het nieuws een farce.

Het is denkbaar dat een toekomstige instroom van goed geschoolde journalisten, met kennis en affiniteit met het medium in deze situatie verandering brengt. Gamesites bedrijven nu echter geen journalistiek en ze produceren geen waardevolle en integere opinie. Deze mensen (en ons dus ook) journalisten noemen zal de functie geen eer aan doen. Het is daarom moeilijk voor te stellen dat Nieborg serieus wil dat de legio amateurs uit de kast komen en zichzelf opeens deze officiële titel aanmeten. Het is aannemelijker dat hij liever ziet dat wij wat beter ons best doen, en daarmee neigt zijn betoog dan toch vooral naar een verwijt, vermomd als bemoedigende schouderklop.

Reacties(5)

A.W.E.S.O.M.-0

"Het succes van een gamesite druist in tegen alle wetten van de evolutieleer die zegt dat de sterkste overleeft."

Heerlijk als de beroemde evolutieleer van Darwin weer eens ouderwets slecht wordt vertaald. Het moet natuurlijk zijn Survival of the Fittest, in goed Nederlands betekent the fittest zoveel betekend als de best aangepaste aan de omgeving. Dat is vaak de sterkste, maar kan ook de slimste zijn, of de grootste of de kleinste afhankelijk van de omgeving.

Game journalisten zijn natuurlijk wel een beetje hetzelfde als boekrecencisten of kookjournalisten of, nog veel erger, kunstgeschiedenisstudenten. Van een fundamenteel compleet subjectief iets, (namelijk is een game tof, boek gaaf, eten lekker of kunst mooi), proberen iets te maken wat lijkt op wetenschap  om het zo nog enige status mee te geven. Dat is het niet, en dat zal het ooit nooit worden, je blijft toch je eigen ervaring/mening toevoegen aan die van een grote stel mensen wat je vooraf ging. Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding zei Pake vroeger al.

Of je ergens je beroep van kan maken staat 300% los van hoe intellectueel verantwoord het wel niet is. Als mensen jou willen betalen voor je dienst (in cash of natura) doe je natuurlijk gewoon iets goeds!

 

Rogier Kahlmann

Eens met je leer-theorie, is eruit nu. excuse.

Edit: Maar vinden jullie dat David een punt heeft? Kan het allemaal beter?

A.W.E.S.O.M.-0

Hmm, ik vind dat Davind een goed punt heeft als het gaat om onderzoekjournalistiek in/binnen de games industrie. Daar bedoel ik mee dat er wel veel meer mag worden geschreven over de politiek die komt kijken bij het ontwikkelen van games of over de dubieuze verhouding tussen publishers en recensenten.

Maar als je het hebt over het beoordelen en als gevolg daarvan het aan- of afraden van games heeft David zeer zeker geen punt in mijn optiek zoals ik in mijn eerste comment al probeerde te vertellen. Ik hecht waarde aan jullie, subjectieve, mening en daarmee aan DGS. Anderen kunnen zich daar wellicht minder in vinden en zullen misschien wel bij een andere website of blad uitkomen. C'est la vie.

Net zoals er een verschil is tussen de binnenland/buitenland journalisten van de Volkskrant en de muziek "journalist" recensisten is er ook een verschil tussen recensisten en game journalisten. Maar dat kan natuurlijk veranderen.

Wesley Akkerman

Waar ik me vooral aan erger zijn die kinderachtige mensen die zich gamejournalist noemen en bijdehand gaan doen in hun 'nieuwsberichten' die nog meer opinie bevatten dan hun recensies (omdat die vaak handleidingen zijn).

Ponem

quote:
schreef op 10-12-09 17:30:26:

Eens met je leer-theorie, is eruit nu. excuse.

Edit: Maar vinden jullie dat David een punt heeft? Kan het allemaal beter?


Ik denk niet dat het zozeer de vraag is óf het allemaal beter kan. Ik denk dat je beter kan vragen: Moet het beter? Ik denk dat het totaal overbodig is om je te gaan bekommeren om de journalistieke waarde van nieuwssites over games.

Ten eerste, omdat het gros van de doelgroep daar al helemaal niet van wakker ligt (die willen alleen maar gamen).

Ten tweede omdat het deel van de doelgroep die daar misschien wel over nadenkt over betere bronnen beschikt om te bepalen of een game wel of niet het kopen waard is. Ik denk dan met name aan fora waar gamers hun meningen delen en gamers zelf zijn nog altijd de meest betrouwbare onafhankelijke bron.

Ik vind recensies over games best interessant, maar vooral om de objectieve factoren die erin naar voren komen. Wat de recensist zelf van de game vindt, vind ik van ondergeschikt belang tenzij het hele zwaarwegende factoren zijn die het spel minder goed maken (lees: bugs e.d.). 

Je moet ingelogd zijn om te kunnen reageren. Login of registreer.