Jan Meijroos: Games uitspelen niet het enige dat telt
Net overgevlogen uit Londen en middels een taxi aangekomen in Amsterdam schuift Jan Meijroos bij me aan. Een gesprek over gamejournalistiek met in het bijzonder het recenseren van games. ‘Zolang je oprecht schrijft wat je vindt, dan is het goed. Als jij denkt: ‘Ik moet de volgende keer nog wel een game kunnen aanvragen', dan ben je verkeerd bezig.'
Jan, we beginnen met een stelling. 'Nederlandse gamejournalisten die toegang hebben tot exclusieve behind-closed-doors bijeenkomsten en perstrips naar de grotere beurzen doen te weinig met die mogelijkheden.'
Ja en nee. Klinkt heel diplomatiek. Als je bij een behind-closed-doors gaat zitten en voor het eerst een game ziet, dan kun je letterlijk opschrijven wat je ziet, dat online zetten en dan heb je een first look of een voorbeschouwing geschreven. Dan doe je hetzelfde als de ongeveer vijf andere journalisten. Er zijn maar een paar media die context verschaffen. Dus de nieuwe Halo wordt getoond op de X10 in San Francisco, Halo Reach. Dan kun je inderdaad schrijven wat je ziet, maar je kunt ook de relatie tussen Bungie en Microsoft er bij halen. Je kunt ook gewoon zeggen: dit is de vierde game in de Halo-serie, ze moeten nu echt wel, nou, vul maar in… Het toverwoord is contextschap. Pure naturalistische verslaggeving is inderdaad te weinig, probeer ook de ontwikkelaar erachter te spreken of in ieder geval meer informatie boven tafel te halen.
Maar de stelling is wel wat ambigu. De ene behind-closed-doors is niet de andere. Je hebt wel eens, en dan spreek ik uit ervaring, dat je met twintig man in een kleine kamer twintig minuten beeld krijgt waarna je er weer uitgeveegd wordt. Maar je hebt ook behind-closed-doors met ruimte voor Q&A. Als je van tevoren weet: dit is een belangrijke studio of game, dan kun je er altijd meer uithalen door je goed voor te bereiden. Je kunt dus research doen. Sommige journalisten doen dit wel, anderen weer niet. Er valt zeker meer te halen uit behind-closed-doors. Het is een beetje het verschil tussen het NOS Journaal en Shownieuws. Shownieuws is al blij met het kiekje, dat bedient haar doelgroep, maar de NOS wil ook het verhaal achter het kiekje.
Hoe typeer jij je eigen werkstijl?
Ik hoop eigenlijk altijd de NOS te zijn, maar soms ben ik ook wel eens Shownieuws. In geval van Halo Reach: die titel is al zo groot, dat iedere scheet die je over het spel schrijft automatisch nieuws wordt. Maar bijvoorbeeld Heavy Rain, dat is bij uitstek dé titel waar je veel meer kunt doen. Die game heeft zoveel lagen: het is een spannende detective, een interactieve thriller die je mee kunt maken, er zijn acteurs en een regisseur bij betrokken, het heeft een vuistdik script; er zijn zoveel insteken mogelijk. Daarom is het in dit geval leuker om er wat anders mee te doen dan het standaard oplepelen van informatie.
Maar dat is meer een soort bredere journalistieke discussie. Ik heb in mijn studie een popjournalist geïnterviewd en die zei: ‘In basis ben je een doorgeefluik’. De lezer heeft niet dat overzicht wat jij wel hebt als journalist. En hoe dieper jij weet te gaan op een artikel, meerdere lagen weet te doorboren, hoe meer het gewaardeerd wordt door de elite. Maar in basis geef je door welke spel er wanneer uitkomt en of een game goed of slecht is. Daar kun je dan weer context aan geven of zelfs filosofische vragen aan hangen.
Wat ook aan de basis staat van de journalistiek is kritisch zijn. Lukt dat na de uitnodiging Halo Reach of Heavy Rain te spelen voor de release of met al die sponsoren bij de Power Unlimited of Gamekings?
Dat is niet zozeer moeilijk. De gamejournalistiek is heel erg incestueus, absoluut. Er is geen enkele vorm van entertainmentjournalistiek waarin journalisten, reporters, editors et cetera zo verwoven zijn met hun industrie en vice versa als de gamejournalistiek. Je hebt elkaar nodig: je wil voorbeschouwingen, first looks, hands-ons, achtergrondartikelen en interviews, want wij, de gamejournalisten, willen content aanbieden. Dat maakt dat wij heel erg naar elkaar toe groeien en afhankelijk van elkaar zijn, afhankelijker dan welke vorm van entertainmentjournalistiek dan ook.
Ik denk dat je zeker nog kritisch kan zijn, zelfs na de uitnodigingen voor al die luxe perstripjes. Het is soms lastig, dat geef ik toe. Want je zit in een soort enthousiasme: waarom ben je het ooit gaan doen, gamejournalistiek? Omdat je van gamen houdt. Als ik soms consumenten hoor hoe zij een game ervaren en hoe wij als ‘kenners’ tegen een game aan kijken, dan ligt dat soms mijlenver uit elkaar. Maar je moet natuurlijk altijd kritisch blijven. Ik kan dan wel cadeautjes krijgen, maar als de game slecht is, dan is die slecht. En dat moet altijd voorop staan. Maar: je moet niet kritisch zijn om het kritisch willen zijn.
Kijk, zolang je oprecht vindt wat je schrijft, dan is het goed. Als jij denkt: ‘Ik moet de volgende keer nog wel een game kunnen aanvragen’, dan ben je verkeerd bezig.
Hoe vindt je dat de Nederlandse gamesites het doen met hun recensies?
Dat is heel erg verschillend. Er is zoveel wildgroei in Nederland qua websites. Je hebt een aantal grote in Nederland. Bijvoorbeeld Gamer.nl is een hele kritische website, met vaak net een aantal punten gemiddeld lager dan de rest. Maar wel één van de grootste. Maar belangrijk is: willen gamesites groot worden dan moeten ze om te beginnen eens een serieuze eindredacteur nemen. Daar schort het vaak aan en dat zie je ook terug. Maar goed, er zijn een aantal verschillende websites en een aantal daarvan zijn erg goed, maar er zijn ook een aantal hele slechte.
Denk je dat een redacteur van Nederlandse gamesite vaak het recensiemateriaal uitspeelt voordat ze de recensie pennen?
Ik denk dat dit redelijk vaak gebeurt, er zijn ook zeker gevallen bij dat het niet gebeurt. Soms heb je gewoon te maken met een deadline. Het hangt ook van het genre af. Als jij een shooter speelt die tien uur duurt, je speelt daar acht uur van en je zit op tachtig procent, ja, dan kun je wel een mening geven over die game.
Ben jij veel tijd kwijt aan het recenseren van een game?
Ja, maar ik moet daarbij zeggen dat ik meer voorbeschouwingen schrijf dan recensies. In de Power Unlimited, wat een van mijn grootste opdrachtgevers is, ben ik toch meer de man van de previews en overzichten. Maar aan veel recensies ben ik best wel veel tijd kwijt, maar ik speel te weinig games helemaal uit. Dat is gewoon bijna niet te doen. Het voordeel is wel dat ik vaak al drie jaar met een game bezig ben: je speelt eerst een previewcode, dan weer een nieuwe versie daarvan en dan een eerste reviewcode en soms zitten daar saved games bij zodat je kan skippen tussen de hoofdstukken, maar in een ideale wereld zou ik alle games helemaal uitspelen.
Vind je het dan niet gek dat er lezers zijn van Power Unlimited of kijkers naar Gamekings die zeggen: 'Die recensies zijn gewoon een farce?'
Hmm, ja… Een farce? Er zijn misschien de afgelopen tien jaar een paar voorbeelden van farces bij Gamekings voorgekomen… Maar dan betrof het games die toch niet echt serieus te nemen waren, zoals DOA Volleybal of games waarvan je afvroeg waarom de uitgever ze überhaupt uitbracht. Maar bij Gamekings is het altijd zo: er zijn altijd meerdere mensen die op de bank zitten voor een recensie. Er zijn mensen die wat hebben met die game en er zijn mensen die hebben wat minder met die game. Het gaat om de discussie die gevoerd wordt op de bank. Zo appelleer je aan het gevoel van meerdere kijkers. Er is namelijk niet één waarheid over een game. Wat de een geweldig vindt, kan de ander helemaal niks vinden. Maar bij Power Unlimited hebben er, zeker de laatste vier, vijf jaar, maar weinig farces tussen gezeten.
Kijk, we hebben het uiteindelijk over games. Games zijn entertainment, daar moet je zorgvuldig mee omgaan, maar het is geen Uruzgan en geen val van het kabinet.
Terug naar het uitspelen. DGS was ook aanwezig op de debatavond over de Nederlandse gamejournalistiek. Niels 't Hooft en David Nieborg hadden het over Bioshock 2 en jij mengde je ook in de discussie en zei dat je in een heel weekend dat spel uit zou spelen. Nieborg maakte toen de opmerking: 'Jan, waar haal je de tijd vandaan om die games uit te spelen?' Op dat moment lachte je de opmerking weg en ging je er niet op in.
Het is niet zozeer dat ik een stapel games naast mijn bureau heb staan, de game pak, hem er in stop, ga spelen, helemaal wacht totdat ik hem uitspeel, ga schrijven en dan de volgende pak. Op een andere site, die zichzelf heel serieus neemt, werd dit voorbeeld ook gebruikt als ondersteuning dat alle recensies in het algemeen een farce zijn. Maar dat is niet waar. Zo’n Bioshock weekend is een gedroomde situatie. Je zit twee dagen in een soort geënsceneerde omgeving, een hotel, je hoeft niet na te denken over eten of drinken, dat wordt allemaal geregeld. Je kunt dus ongestoord, zonder internet, emails, vriendin, vrouw, partners of zeurende kinderen, die game spelen. En dan kun je in een weekend een spel uitspelen. Zeker Bioshock, met zijn twaalf uur durende singleplayer gedreven avontuur.
Waarom ik nou moest lachen om die vraag van David, was omdat ik dat een beetje een simplistische gang van zaken vond. Het is niet zozeer het uitspelen wat telt, maar het bezig zijn met die game vanaf het moment dat hij is aangekondigd, totdat hij in de winkels ligt. Dáár ligt je hele vakgebied.
Je wekte in ieder geval de suggestie dat je recensiemateriaal niet uitspeelt.
Ik speel ze ook zeker niet allemaal uit, ik speel ze wel allemaal voor minstens 75 procent.
Ben je van mening dat je dan het beste van de game gezien hebt?
Nee, niet per definitie. Maar als je na 75 procent nog geen mening over een game kan vellen, dan moet je een ander vak zoeken. Het is serieus fysiek soms niet haalbaar om alles uit te spelen en ik denk ook niet dat dit per definitie moet. Als je maar een dag speelt of voor twintig procent, dat is gewoon absurd. Dat zie je altijd terug in recensie, want dan blijf je tikken in algemeenheden.
Dat uitspelen is op zich wel een dingetje. Bijvoorbeeld bij FIFA. Als je in die game tien potjes speelt, kijk je er heel anders tegenaan dan dat je er honderd potjes mee speelt. En ik denk dat niemand al zijn recensiespellen uitspeelt. Je moet het wel altijd proberen. En ik denk ook dat je op een gegeven moment zelfverzekerd genoeg moet zijn over jezelf, zeker als je hele extreme cijfers geeft waar mensen echt van schrikken. Maar als je een 100 score geeft, dán moet je een game écht uitspelen.
Informatie
- Geïnterviewde: Jan Meijroos
- Leeftijd: 36
- Functie: Journalist
Reacties(9)
Bedankt voor je feedback man, ik houd het in m'n achterhoofd voor de komende interviews. :) Moet zeggen, en dan ben ik de minst objectieve persoon, dat ik het zelf niet door heb gehad, mocht het zo zijn.
Jawel: Op een andere site, die zichzelf heel serieus neemt, werd dit voorbeeld ook gebruikt als ondersteuning dat alle recensies in het algemeen een farce zijn.
Nee, ik heb hem dat gevraagd nadat hij dat zo expliciet benoemde. Hij wist zeker dat het niet DGS was ;)
Haha, ok. Kan me ook niet herinneren dat jullie dat hebben gedaan hoor, ik riep maar wat :P Ben het wel met Beem eens dat je op het eind te veel doorgaat op dat ene punt, misschien was het interessanter geweest om nog één ander onderwerp aan te snijden.
Leuk artikel, gok overigens dat hij Bashers bedoelt die nu de catergorie "uitgespeeld" hebben bij `t reviewen!!
Maar typisch die laatste opmerking van Jan;
Maar als je een 100 score geeft, dán moet je een game écht uitspelen
En nu net een spel dat hij die score geeft (UC:2) benoemt hij dat hij tot chapter 25 is gekomen (van de 27) toen hij de review opmaakte...
Niet dat `t voor mij iets uitmaakt want Jan is een goede reviewer en dankzij zoveel ervaring echt een goed oordeel kan vellen met 80% gespeeld (globaal)
Volgende keer interview iets breder trekken alleen, Jan heeft zoveel meer verstand dan deze paar specifieke gebieden :p
Bedankt man!
Ik heb er bewust voor gekozen het wat nauwer te houden :) Ik weet dat Jan verstand heeft van meer zaken, maar op dat moment wilde ik het met hem over recenseren hebben, en dan ga ik geen vraag stellen over nieuwsberichten (o.i.d.) publiceren.
Een toevoeging van kleine introductie over Jan Meijroos, zoals voor welke bladen/site/programma's hij werkt en optioneel zijn opleiding en leeftijd, maken het voor de lezer iets fijner om in het interview te duiken.
Goed stuk verder, de entertainment industrie is inderdaad redelijk incestieus, maar ik vind het mooi omschreven hoe ermee om te gaan.

Het stukje begint leuk, maar aan het eind blijf je imo teveel hangen in het onderwerp van recenseren en uitspelen. Dat voelt haast alsof je Jan probeert te betrappen op iets (dat hij games die hij recenseert niet genoeg speelt?), terwijl dat helemaal geen interessant punt is. Bij het teruglezen van de titel van het stuk moest ik dan ook even lachen ;)